Je hebt een pols gebroken, het gips is al weg, maar de pijn? Die is er nog steeds.
▶Inhoudsopgave
Misschien heb je zelfs het idee dat er iets niet klopt. Dan zou het kunnen dat je te maken hebt met een pseudartrose. Klinkt eng, maar geen paniek: het is behandelbaar. In dit artikel lees je precies wat pseudartrose is, hoe het ontstaat, en wat je kunt doen om het op te lossen.
Wat is pseudartrose eigenlijk?
Pseudartrose betekent letterlijk “valse gewricht”. Het is een situatie waarin een gebroken bot niet genezen is, ondanks voldoende tijd en soms zelfs behandeling.
In het geval van de pols gebeurt dit vaak bij het scaphoid, ook wel het scheepsbeentje genoemd. Dat is een klein handwortelbotje aan de duimkant van je pols.
Het is het meest gebroken bot in de pols – en tegelijk het bot dat het vaakst niet goed heelt. Waarom? Omdat het scaphoid een slechte bloedvoorziening heeft. Bloed is nodig om bot te herstellen.
Als dat bloed niet goed aankomt, stopt het genezingsproces. Het resultaat: een blijvende breuk. Dat is pseudartrose.
Hoe weet je of je pseudartrose hebt?
De klachten zijn herkenbaar, maar worden vaak verkeerd geïnterpreteerd. Denk aan:
- Aanhoudende pijn aan de duimkant van de pols, zowel in rust als bij belasting
- Zwelling rond de pols, vooral bij het kuiltje aan de basis van de duim
- Minder kracht in je vuistgreep
- Een “krakend” gevoel bij bewegen
- Beperkte bewegingsvrijheid van de pols
Veel mensen denken: “Ach, het is maar een verstuiking” of “Het wordt vanzelf wel beter.” Maar als de pijn langer dan drie maanden aanhoudt na een polsbreuk, is het tijd om serieus te kijken wat er aan de hand is.
Waarom geneest een scafoïdbreuk zo moeilijk?
Het scaphoid is klein, maar cruciaal. Het verbindt twee rijen handwortelbotten en speelt een belangrijke rol bij de beweging van je pols.
Maar het heeft een kwetsbare bloedvoorziening: het bloed komt vooral vanuit de distale (verre) kant van het bot. Als de breuk in het proximale (bovenste) deel zit, krijgt dat stukje bot nauwelijs bloed. En zonder bloed: geen genezing.
Daarnaast wordt een scafoïdbreuk vaak gemist. Soms is de breuk op de eerste röntgenfoto niet zichtbaar.
De patiënt krijgt geen gips, blijft de pols belasten, en de breuk heelt niet. Uit onderzoek blijkt dat tot wel 20% van de scafoïdbreuken niet goed genezen zonder behandeling.
Hoe wordt pseudartrose vastgesteld?
Als er verdenking is op pseudartrose, laat de arts meestal een CT-scan of MRI maken. Een gewone röntgenfoto is vaak niet genoeg, want de breuklijn kan klein of moeilijk zichtbaar zijn.
Een CT-scan toont precies hoeveel bot er (nog) niet is samengegroeid. Een MRI kan ook zeggen of er nog levend botweefsel aanwezig is – belangrijk voor de keuze van behandeling.
Behandeling: wat kun je doen?
Goed nieuws: pseudartrose is te behandelen. De aanpak hangt af van de ernst, de locatie van de breuk, en hoe lang het al duurt.
1. Operatieve behandeling (meest effectief)
De gouden standaard is een operatie waarbij het bot wordt gefixeerend met een schroef – vaak een zogenaamde canulated screw of een Herbert-schroef.
Daarnaast wordt er soms botmateriaal (transplantaat) toegevoegd om de genezing te stimuleren. Dit kan komen uit je eigen lichaam (meestal uit de heup) of uit een botbank. Na de operatie zit je weer in een gips of spalk, meestal 6 tot 12 weken.
2. Niet-operatieve opties (minder gebruikelijk)
De succespercentage van deze ingreep ligt tussen de 80 en 90%, mits er geen ernstige schade is aan het kraakbeen of het bloedvat. In sommige gevallen wordt geprobeerd met een puls elektromagnetische therapie (PEMF).
3. Revisie-operatie bij falen
Die zou de botgenezing kunnen stimuleren via elektrische pulsen. Maar dit werkt alleen bij kleine, stabiele breuken – en is zelden voldoende bij volledige pseudartrose. Als een eerdere operatie niet heeft gewerkt, is een tweede ingreep mogelijk. Dan wordt vaak meer botmateriaal gebruikt, of wordt de schroef vervangen. De kans op succes is dan iets lager, maar nog steeds aanzienlijk.
Wat gebeurt er als je niets doet?
Niets doen is geen optie. Pseudartrose leidt op termijn tot artrose in de pols. Dat betekent chronische pijn, stijfheid, en uiteindelijk verlies van functie. Hoe langer je wacht, hoe ingewikkelder de behandeling wordt – en hoe groter de kans op blijvende schade.
Conclusie: neem het serieus, maar wees niet bang
Pseudartrose na een complexe intra-articulaire polsbreuk is vervelend, maar zeldzaam onoplosbaar. De sleutel ligt in tijdige herkenning en de juiste behandeling.
Als je na een polsbreuk nog steeds pijn hebt na drie maanden, ga dan terug naar je arts.
Vraag om een CT-scan of MRI. En twijfel niet om een second opinion te vragen bij een gespecialiseerde handchirurg – bijvoorbeeld in een centrum als OCON of Noordwest Ziekenhuis. Je pols verdient het om weer goed te werken. En met de juiste aanpak? Doe voor de zekerheid een volledige herstelcheck na je polsbreuk. Dat kan echt.
Veelgestelde vragen
Wat is precies pseudartrose na een polsbreuk?
Pseudartrose, of ‘valse gewricht’, ontstaat wanneer een gebroken bot, vaak het scaphoid botje in de pols, niet geneest ondanks voldoende tijd en soms behandeling. Het resulteert in een onnatuurlijke beweeglijkheid en een blijvende breuk, omdat het bot niet voldoende bloed krijgt om te herstellen.
Wat zijn de meest voorkomende symptomen van pseudartrose in de pols?
Mensen met pseudartrose ervaren vaak aanhoudende pijn aan de duimkant van de pols, zwelling rond de basis van de duim, verminderde kracht in de vuist en een krakend gevoel bij beweging. Het is belangrijk om te weten dat deze klachten vaak verkeerd worden geïnterpreteerd, dus blijf ze langer dan drie maanden na een polsbreuk onderzoeken.
Waarom geneest een breuk in het scaphoid botje zo moeilijk?
Het scaphoid botje is klein en heeft een beperkte bloedvoorziening, vooral vanuit het proximale deel. Als de breuk hier zit, krijgt het bot onvoldoende bloed om te genezen. Daarnaast kan de breuk soms moeilijk te zien zijn op een standaard röntgenfoto, waardoor de behandeling vertraagd kan worden.
Hoe wordt pseudartrose gediagnosticeerd?
Om te bepalen of er sprake is van pseudartrose, worden vaak een CT-scan of MRI gemaakt. Deze onderzoeken tonen precies welke delen van het bot nog niet zijn samengegroeid en of er nog levend botweefsel aanwezig is, wat een standaard röntgenfoto mogelijk niet aantoont.
Wat zijn de behandelmogelijkheden voor pseudartrose?
De behandeling van pseudartrose richt zich op het stabiliseren van het gebroken bot en het bevorderen van de genezing. Dit kan met interne fixatie (met plaatjes en schroeven) of externe fixatie (met pinnen in het bot), afhankelijk van de ernst van de breuk en de individuele situatie van de patiënt.